Oude stempel vervaagt onder formaliteit

Oude stempel vervaagt onder formaliteit

0

Als je op een mooie zomerdag van Oudemirdum naar Stavoren fietst dan zie je, tegen de zon in, op het IJsselmeer wat bootjes. Daartussen een stipje. Dat blijkt een heel klein vissersscheepje te zijn. Dat heeft, zo lijkt het bijna, het alleenrecht om in dat stukje IJsselmeer vis te vangen.

Dichterbij bekeken blijkt het de HL6 te zijn. Een oud klein vissersscheepje. HL staat voor Hemelumer Oldeferd. De oude gemeente waar ook het IJsselmeergehucht Laaksum een onderdeel van was. Daar hoort die HL6 thuis. Daar ligt het scheepje meest eenzaam in de inham, die met enige grootspraak de Vissershaven van Laaksum heet.

Op het scheepje varen twee broers: Jan en Joop de Vries. Beroepsvissers zijn het. Ze doen hun werk nog op de oude vertrouwde wijze. Ze zetten netten uit, halen die de volgende dag op, en zetten ze dan weer. Niet in het weekeinde, dat mag niet volgens de strenge vissersreglementen. Dan kun je het tien meter lange scheepje als toeristische attractie in de haven bekijken, als je daar even van de fiets stapt.

Drang

In een gesprek met de beide broers praat Jan (72) en knikt Joop (55).  Joop zegt niet zo veel. Hij kwam van school en ging vissen. Broer Jan werkte eerst als bouwkundig tekenaar bij een architectenbureau. Op z’n 30ste werd de drang om naar zee te gaan toch te sterk. Hij stapte bij heit Wybren aan boord. Heit was visserman, pake en oerpake ook. De foto’s aan de muur in de kamer vertellen dat. Sterker, die laten zien dat er veel vissers vanuit Laaksum de zee op gingen om vis te vangen.

Jan: “Dy wennen hjir net allegear, se kamen ek fan it klif, fan Warns, fan Bakhuzen. Mar wy wennen hjir wol”. Vanuit dat huis kun je de plek nog zien waar vroeger de inham was, achter twee rijen elkaar overstekende paaltjes. De vissers slingerden zich binnen en trokken hun jollen dan op het strandje. Veilig, voor als de Zuiderzee aanviel.

Het huidige haventje ziet er iets moderner uit. Het is wat te groot voor de HL6, maar er komen slechts zelden andere boten. Want als de wind opsteekt van uit het zuiden, dan lig je snel te schommelen. En als het nog harder begint te waaien, dan halen Jan en Joop hun scheepje naar het midden van de haven en leggen de HL6 dwars aan kettingen. Anders malen de golven hun scheepje fijn tegen de palen.

HL6

En dat schip, hún schip, is natuurlijk heilig. Dit jaar zeker, want het is 50 jaar geleden gebouwd (bij Van der Werff in Stavoren). Er zat eerst een 60 pk motor in, nu is het 110 pk. “Dat is genôch”, zegt Jan grijnzend, omdat hij ook wel weet dat het veel is.

Heit voer er dus nog mee, en viste. Hij bracht dan de vis naar de wal in Laaksum. Daar werd die in de vishal gewogen en dan haalde de koopman het op, voor de gemiddelde prijs die in Enkhuizen werd berekend. Dat zal niet altijd even nauwkeurig zijn geweest, maar ach, er werd heel veel vis gevangen en dus ook betaald.

De broers herinneren zich nog hoeveel vis ze vingen. In april gingen ze dan al van wal voor de aal. Die werd gevangen met hoeken en kistjes, later in het jaar kwamen de netten. De snoekbaars zwom er gewillig en in ruime mate in, waardoor ze dan weleens 600 pond snoekbaars vingen. Dat waren de goede jaren. Ze visten veel bij de Steile Bank en gingen, als het wat minder werd, zo nu en dan ook naar de Markerwaard. Dan lieten ze de HL6 in Lelystad liggen en reisden ze met de auto heen en weer. Veel werk, toch de moeite waard.

Bot

Van de vis is momenteel niet veel over, zeggen ze. Ze vissen nu eigenlijk alleen op bot. De paling is weg, de snoekbaars ook. Ze hebben last van de formele zaken in de visserij. Dat begon al toen enkele vissers met het HL-teken vanuit Stavoren gingen vissen. Die mochten het HL-teken niet meer gebruiken, dus zijn ze nog de enigen. Echter, ze zijn te klein. Ze vissen niet met elektrische netophalers. Dat doen ze nog op de hand.

De reglementen zijn allemaal gebaseerd op grote bedrijven die de visvangst doen, voornamelijk uit Urk. Op een gegeven moment hadden Jan en Joop vergunning om 50 netten uit te zetten. Toen moesten ze ineens 85% inleveren. Ze hielden nog acht over. De grote vissers, die 400/500 netten uit hadden staan, hielden wel genoeg over. “In rotstreek. Se ha it Iselmar leech fiske mei sa’n soad netten en it oan de lopende band ynheljen fan de fisk, en no meie se allinnich oerbliuwe”. Jan denkt dat de overheid zo’n tien IJsselmeervissers wil overhouden. Tien grote jongens. Op het IJsselmeer is dan geen plek meer voor de HL6.

Kleinschalig

Want ze zijn kleinschalig. Daar wordt geen rekening mee gehouden. Ze moeten net als de anderen vistijd inleveren. Alleen in het digitale volgsysteem zit wat ruimte, want dat geldt voor schepen van 15 meter en groter. “Maar dat hâlde we ek net fol, al hoe lyts as we binne: se wolle oer ús skouder meisjen.” Ouderwets? Nee. Jan heeft een computer in de kamer staan. “No moat ik earlik wêze, se kundigen de biljertwedstriden inkeld op de kompjoeter oan, dus doe ha ik ek mar ien kocht.”

Maar de echte nieuwe tijd kunnen de gebroeders niet meer begrijpen. Jan maakt zich zeer druk over het natuurbeleid. De provincie Fryslân heeft volgens hem de verantwoordelijkheden over het IJsselmeer afgegeven aan de provincie Flevoland. Hij wijst over het in het zonlicht schitterende IJsselmeer. “Dat is toch ús Frysk wetter. Hoe kinne se dat no út hannen jaan?”

De geplande zandwinning onder Mirns is wat dat betreft het beste teken van dat mensen niet snappen wat natuur hier betekent. De fietsers die in grote getale langs Laaksum komen, nemen die route toch voor het beeld van die kust. Hun kust. Hun water. Ze vangen nog wel bot op de plaats waar de zandwinning geland was.

Hun haven. Hun Laaksum. Als er verdwaalde en schommelbestendige boten in het Laaksumer haventje komen, hoeven die geen havengeld te betalen. “Dat moatte wy allinnich.” Havengeld voor de HL6. Terwijl dat een plaatje is om vanaf het terras bij het restaurant naar te kijken.

Vishal

Dan kijk je ook naar de oude vishal. De plek waar de vissers hun vangst werd gewogen. Waar ze de netten uitplozen en maakten. Daar hadden ze graag een museumpje van willen maken: het vissersmuseum Laaksum. Alles wat in hun kamer hangt geeft al aan hoe mooi dat zou kunnen zijn. Maar het wordt een viswinkel. Dan kunnen ze daar toch mooi aan leveren? “Nee, wy ha fêste ôfnimmers en dy litte wy net yn de steek.”

Want Jan en Joop de Vries zijn van de oude stempel, maar schamen zich daar niet voor. Jan is boven de 70 en heeft al pensioen. Hij vist nog; enerzijds omdat broer Joop graag wil blijven vissen en je moet die netten met twee man ophalen. Hij wil ook blijven vissen, omdat hij het niet kan missen. “Dy spanning hè, elke kear as je ophelje: wat soe der ynsitte. En om’t je yn de frije natuer wêze kinne”. Hun natuur.

Tekst: Eelke Lok
Foto: Laura Keizer

Het is niet meer mogelijk te reageren

X
X

Deel dit met een vriend